In het schap staan zakken, blikjes en kuipjes hondenvoer naast elkaar. Ze verschillen in vochtgehalte, in samenstelling en in de manier waarop ze gemaakt zijn. Dat maakt kiezen lastig, zeker als niet duidelijk is wat die verschillen voor je hond betekenen. Hieronder lees je welke soorten hondenvoer er zijn, waarin ze van elkaar verschillen en wanneer je voor welk type kiest.
Welke soorten hondenvoer zijn er?
Hondenvoer wordt meestal ingedeeld op vochtgehalte en bereidingswijze. Op hoofdlijnen kom je vier soorten tegen. Elk daarvan neemt een eigen plek in het voerschema in:
- Droogvoer, in de volksmond brokken, bevat ongeveer 8 tot 10 procent vocht en is daardoor maanden houdbaar.
- Natvoer uit blik, kuipje of zakje bestaat voor 70 tot 85 procent uit vocht en heeft een zachte, smeuïge structuur.
- Diepvries vers vlees, ook wel KVV oftewel Kant-en-Klaar vers Vlees genoemd, bestaat uit vlees en orgaanvlees. Het wordt meestal diepgevroren verkocht.
- Zelf samengestelde rauwe voeding uit losse ingrediënten. Dit vraagt kennis van voedingswaarden en wordt doorgaans opgezet in overleg met een dierenarts of voedingsdeskundige.
Daarnaast loopt er een tweede indeling doorheen die minstens zo belangrijk is: compleet voer tegenover aanvullend voer. Die zegt niets over de structuur, maar over de vraag of een product op zichzelf wel of niet de volledige dagelijkse voedingsbehoefte dekt. Verderop lees je wat dat onderscheid in de praktijk betekent.
Brokken zijn de meest gebruikte vorm van hondenvoer
Brokken worden gemaakt door vlees, granen of andere koolhydraatbronnen, vetten en een vitamine- en mineralenmix te vermalen, te verhitten en onder druk in vorm te persen. Daarna worden ze gedroogd, waardoor er nauwelijks vocht overblijft. Die lage vochtwaarde verklaart meteen de belangrijkste voordelen: een geopende zak blijft lang goed en de dagportie is tot op de gram af te wegen.
Voor veel baasjes weegt het gemak zwaar. Brokken hoeven niet gekoeld te worden, zijn eenvoudig mee te nemen en zijn per dag vaak voordeliger dan andere voersoorten. Ook bij honden die de hele dag door in kleine porties eten, is droogvoer praktisch.
Wat betreft de aandachtspunten: omdat brokken weinig vocht bevatten, moet je hond meer drinken om aan zijn totale vochtbehoefte te komen. Zorg dus altijd voor een schone, volle waterbak naast de voerbak. Het idee dat elke brok het gebit schoonhoudt, klopt niet. Dat effect geldt alleen voor brokken die speciaal op grootte en structuur zijn ontwikkeld, en vervangt tandenpoetsen niet.
Natvoer bevat veel vocht en ruikt sterker
Natvoer bestaat voor het overgrote deel uit vocht en wordt na het vullen van blik of kuipje verhit, zodat het ongeopend lang houdbaar blijft. De zachte structuur en de sterkere geur maken het aantrekkelijk voor honden die kieskeurig zijn, en voor viervoeters met een gevoelig gebit die moeite hebben met kauwen.
Het hoge vochtgehalte helpt daarnaast bij de vochtinname, wat prettig kan zijn bij honden die weinig drinken of bij warm weer. Daar staat tegenover dat een geopend blik gekoeld bewaard moet worden en binnen een paar dagen op moet. Alle voor- en nadelen van dit voertype zetten we op een rij op onze pagina over natvoer voor honden.
Diepvries vers vlees is vlees dat rauw is ingevroren.
Bij diepvries vers vlees, meestal aangeduid als KVV, worden vlees en orgaanvlees vermalen en direct ingevroren in plaats van geperst of gesteriliseerd. Je herkent het aan de grove structuur en de uitgesproken vleesgeur waar veel honden zichtbaar enthousiast van worden. De basis is natuurlijke voeding met een hoog vleespercentage, zonder onnodige toevoegingen.
Praktisch vraagt deze vorm iets meer planning. Je hebt vriesruimte nodig, je haalt de portie een dag van tevoren uit de vriezer en je laat hem in de koelkast ontdooien in plaats van op het aanrecht. Was na het uitserveren je handen en de voerbak, net zoals je bij rauw vlees voor jezelf zou doen. Meer over bewaren en ontdooien lees je op onze pagina over diepvries hondenvoer.
Compleet voer en aanvullend voer verschillen in samenstelling
Compleet voer bevat alle voedingsstoffen die je hond dagelijks nodig heeft, in de juiste onderlinge verhouding. Je kunt het als enige maaltijd geven. Aanvullend voer is daar bewust niet op afgestemd en bestaat vaak uit puur vlees of orgaanvlees, zonder de vitamine- en mineralenmix die een uitgebalanceerd rantsoen wel bevat.
Dat verschil is meer dan een formaliteit op het etiket. Vlees op zichzelf levert veel eiwit en vet, maar bevat weinig calcium tegenover relatief veel fosfor, en het mist onder meer vitamine D en sporenelementen als zink en jodium. Krijgt een hond maandenlang uitsluitend aanvullend voer, dan gaat dat ten koste van de botopbouw en de weerstand, bij pups sneller dan bij volwassen honden.
Aanvullend voer kan zeker wel zinvol zijn. Drie situaties waarin het goed van pas komt:
- Je mengt het door de brokken om een maaltijd smakelijker te maken, bijvoorbeeld bij een hond die zijn voerbak links laat liggen.
- Je geeft het een paar keer per week als afwisseling, zodat je hond variatie in geur en structuur krijgt.
- Je gebruikt het als tussendoortje of beloning tijdens de training.
Wat betreft de hoeveelheid: zorg dat toevoegingen en tussendoortjes samen niet meer dan ongeveer 10 procent van de dagelijkse energie-inname uitmaken, en verlaag de basisportie met wat je erbij geeft. Op de verpakking staat altijd om welke van de twee vormen het gaat, meestal vlak bij de samenstelling en de voederadviestabel. Bij de producten van Smuldier is per artikel aangegeven of het om een complete of een aanvullende maaltijd gaat.
Wat is beter, brokken of natvoer?
Er is geen voersoort die voor elke hond de beste is. Brokken, natvoer en diepvries vers vlees kunnen alle drie voldoen aan de voedingsrichtlijnen die voor compleet hondenvoer gelden, mits de samenstelling klopt. Het verschil zit vooral in structuur, vochtgehalte en gebruiksgemak, en dus in wat past bij jouw hond en jouw dag. Bekijk in onze blog welke voedingsstoffen jouw hond allemaal nodig heeft.
De volgende tabel zet de drie meest gekozen soorten naast elkaar op de punten waar ze in de praktijk van elkaar verschillen:
| Kenmerk | Brokken | Natvoer | Vers vlees (KVV) |
| Vochtgehalte | Ongeveer 8 tot 10 procent | Ongeveer 70 tot 85 procent | Ongeveer 65 tot 75 procent |
| Bewaren | Droog en afgesloten, lang houdbaar | Koel na openen, binnen enkele dagen opmaken | In de vriezer, ontdooid 1 tot 2 dagen in de koelkast |
| Doseren | Nauwkeurig af te wegen per gram | Per blik, kuipje of zakje of een deel hiervan gebruiken en daarna de verpakking goed afsluiten | Gewenste portie afwegen na ontdooien. Het eventuele restant in de koelkast bewaren |
| Geur en structuur | Droog en knapperig, milde geur | Zacht en smeuïg, sterkere geur | Grof van structuur, uitgesproken vleesgeur |
| Praktisch punt | Zorg voor voldoende drinkwater | Restjes koel bewaren en snel gebruiken | Vriesruimte nodig en op tijd ontdooien |
Zo kies je het voer dat past bij jouw hond
Een goede keuze begint bij je hond zelf en niet bij het type verpakking. De percentages hieronder gaan telkens over de droge stof, dus over het voer zonder het vocht erin. Zo zijn brokken en vers vlees eerlijk met elkaar te vergelijken, ondanks hun verschil in vochtgehalte. Deze vier vragen brengen je meestal snel in de juiste richting:
- In welke levensfase zit je hond? Voedingsrichtlijnen gaan voor pups uit van minimaal ongeveer 22,5 procent eiwit en 8,5 procent vet, tegenover minimaal ongeveer 18 procent eiwit en 5,5 procent vet bij volwassen honden. Senioren bewegen doorgaans minder en hebben daardoor ongeveer 10 tot 20 procent minder energie per dag nodig, terwijl hun eiwitbehoefte gelijk blijft of zelfs iets stijgt.
- Hoe actief is je viervoeter? Bij honden die dagelijks lange afstanden lopen of werken, ligt de behoefte vaak rond 25 tot 30 procent eiwit en 15 tot 20 procent vet, terwijl een hond die vooral in het park wandelt met de basisrichtlijnen uitkomt.
- Zijn er praktische zaken die meespelen? Denk aan de ruimte in je vriezer, je dagritme en de vraag of iemand anders af en toe voert.
- Wat vindt je hond er zelf van? Eetlust, ontlasting en conditie van vacht en huid vertellen je binnen een paar weken of een voer bevalt.
Ook het gebit en de gezondheid van je hond wegen mee. Bij kauwproblemen of een gevoelige maag helpt een zachtere structuur, en bij vermoedens van een voedselovergevoeligheid overleg je met de dierenarts voordat je zelf gaat schrappen in ingrediënten. Voor pups gelden extra aandachtspunten rond samenstelling en portiegrootte. Die behandelen we uitgebreider in de blog over vers vlees voor puppy’s.
Heb je een richting gekozen, kijk dan naar het etiket. Een vermelding van het vleespercentage, een ingrediëntenlijst waarin de eerste ingrediënten dierlijk zijn en een voederadviestabel met grammen per gewichtsklasse zeggen meer over een product dan de afbeelding op de voorkant.
Soorten hondenvoer combineren kan prima
Je hoeft niet te kiezen voor alles of niets. Veel baasjes geven brokken als basis en voegen daar een portie vers vlees of natvoer aan toe, bijvoorbeeld door het door de brok te mengen. Zo blijft de vertrouwde routine staan en krijgt je hond toch afwisseling in geur en structuur waar hij van smult.
Welke smaken er zijn en hoeveel gram je hond per dag mag, hangen af van zijn gewicht en activiteitsniveau. Een portietabel per smaak en een overzicht van de varianten vind je op de pagina over vers vlees voor honden.
Bouw een nieuw voer wel geleidelijk op over vijf tot zeven dagen, door het aandeel elke dag met ongeveer 20 procent te vergroten. Zo krijgt de spijsvertering de tijd om te wennen en voorkom je een dunne ontlasting. In onze blog lees je hoe de spijsvertering van een hond werkt.
Wil je je verder verdiepen in voeding, portiegrootte en de gewoontes van je hond? Dan vind je meer achtergrond in onze blogs.
Er is geen enkele voersoort die per definitie het gezondst is. Wat telt, is of het voer als compleet voer voldoet aan de dagelijkse behoefte van je hond en of het past bij zijn leeftijd, activiteit en gezondheid. Kijk daarom naar de samenstelling en het vleespercentage in plaats van naar het type voer.
Dat kan zonder bezwaar, mits je de totale dagportie in de gaten houdt. Meng de toevoeging rustig door de brokken en verlaag de hoeveelheid brok navenant. Bouw een nieuwe combinatie geleidelijk op zodat de spijsvertering kan wennen.
Volwassen honden krijgen doorgaans twee maaltijden per dag, verdeeld over ochtend en avond. Pups eten vaker, meestal drie tot vier keer per dag, omdat ze kleinere porties tegelijk aankunnen. Een vast ritme helpt de spijsvertering en maakt het makkelijker om afwijkingen op te merken.
Ontdooid vers vlees bewaar je afgesloten in de koelkast en gebruik je binnen 1 tot 2 dagen. Laat het ontdooien in de koelkast en niet op het aanrecht. Vries een ontdooide portie niet opnieuw in.
Complete voeding bevat alle voedingsstoffen die een hond dagelijks nodig heeft. Dit in tegenstelling tot aanvullende voeding, waar niet alle voedingsstoffen aanwezig zijn. Wanneer je verschillende voedingen wilt combineren, is het belangrijk om te weten of ze compleet of aanvullend zijn.
Zijn beide voedingen volledig? Dan kun je ze uitwisselen met elkaar. Is het vlees aanvullend en zijn de brokken compleet? Let dan extra goed op de hoeveelheid vlees die je toevoegt. Op de verpakking staat overigens altijd aangegeven of het complete of aanvullende voeding betreft.
Graanvrij is niet automatisch een betere keuze. Het is vooral relevant voor honden die aantoonbaar slecht reageren op bepaalde graansoorten. Vermoed je een overgevoeligheid, bespreek dat dan met je dierenarts voordat je ingrediënten schrapt.
Brokken bevatten ongeveer 8 tot 10 procent vocht, tegenover 70 procent of meer bij natvoer en diepvries vers vlees. Je hond haalt dat verschil aan vocht binnen via de waterbak. Zorg daarom altijd voor vers drinkwater naast de voerbak.
Kijk in de weken na de overstap naar de ontlasting, de eetlust, het energieniveau en de conditie van huid en vacht. Een stevige, gevormde ontlasting en een zachte, glanzende vacht zijn goede signalen.